Zijn moeder zei dat het niet hoorde.
Haar vader vond het ongepast.
Dat gaf nog even harde woorden.
Maar dat ze gingen, stond al vast.
Haar moeder riep: ‘Vooruit dan maar.
Zolang je het maar veilig doet.’
En daarna zijn ze weggegaan’.
Een nieuwe toekomst tegemoet.
Voor het eerst met z’n twee
met een tentje op stap.
Het budget te klein
en de ruimte te krap.
Maar o zo verliefd,
in het licht van de maan.
Al vergaat heel de wereld,
het tentje blijft staan.
Ze trokken door de Duitse Eiffel.
Ze sliepen ’s avonds aan de Saar.
Het was er prachtig, zonder twijfel,
maar ze bekeken slechts elkaar.
Een week leek alles heel volmaakt.
Toch kwam tenslotte het moment
waarop spaghetti niet meer smaakt
en het te krap werd in de tent.
Voor het eerst met z’n twee
met een tentje op stap.
Het budget te klein
en de ruimte te krap.
Verliefd, zo verliefd,
zij op hem, hij op haar.
Een flink eind van huis,
maar te dicht op elkaar.
Wat kon hij ’s nachts ontzettend snurken.
Wat haatte hij haar noten-kwark.
Wat droeg ze toch een trutten-jurken.
En wat was hij een stijve hark.
Ze zijn maar weer naar huis gegaan
na, welgeteld, een dag of tien.
De ouders waren zeer voldaan.
Haar moeder had het goed gezien.
Voor het eerst met z’n twee
met een tentje op stap.
Het budget te klein
en de ruimte te krap.
De wind in de rug,
wat een prachtig begin.
Maar hij draait en jawel hoor,
het tentje stort in.
Marian van Gog, stadsdichter van Lelystad (2007-2008)
uit: ‘zin en onzin’ - liedjes om te lezen
Ik ken van Marian van Gog alleen ‘zin en onzin’ - liedjes om te lezen : aardig, maar ik word er eerlijk gezegd niet heet of koud van. Geef mij maar de teksten van onze vorige (= eerste) stadsdichter Gerard Beense, die ‘voel’ ik tenminste. Wellicht doe ik Van Gog tekort en heeft ze betere poëzie geschreven dan die in dit boekje; zo ja, kom maar op, ik ben niet te beroerd mijn mening eventueel bij te stellen.
Ter info: Van Gog is ook schrijfster van kinderboeken.