De breister


Insteken, omslaan, zó gaat het goed.
Insteken omslaan, krek zo het moet.
Insteken, omslaan, met lof lijk geduld,
Tot onze taak op de school was vervuld.
Mofjes en kapjes van Urker allooi,
Mutsjes en slabjes (wat stonden ze mooi).
Kousen, gewerkte, met visgraat en slang,
Droegen de mannen! Zij droegen ze lang!
Sieraad der Urkers! Verdwenen ? Nog niet!
Schoon men ze zelden zó netjes meer ziet.
Stonden de handen der kind’ren verkeerd,
Trientj es geduld het tenslotte wel léért!
Was onze steek averecht of te vast,
„Brabbelden" wij, dan was Leiden in last!
Kan niet is dood, kind, maar wil niet, die leeft!
Zó! zei de juffrouw, vriend’lijk beleefd.
Aanstonds de draad om je vinger gedaan,
En dan begon ze, van voren af aan!
Insteken, omslaan, tot dat je ‘t wist,
En in het breien je niet meer vergist.
Trientje van Veen, Uw geduld voor de zaak,
Heeft ons tot nijvere breisters gemaakt.
Schijnbaar eenvoudig door ‘t leven gegaan,
Hebt gij iets groots, voor ons allen, gedaan!

 

Mariap van Urk

Dit gedicht wordt nader toegelicht op www.spanvis.nl, waar nog meer te lezen is over de Urker ambachten en bedrijven. Klik je op ‘Home’ dan kom je op de indexpagina ‘Plaatsen rond de Zuiderzee’ en ook daar kun je weer via de home-knop naar nog meer interessants.
Een tip dus! Grin