Afgelopen donderdag plaatste ik de log ‘Goedemorgen‘, waarin ik aankondigde dat het een fijne dag ging worden. Dat is het ook geworden, zij het al met al vermoeiend. Tot half één gewerkt, een boodschap gedaan, naar het station gelopen en met de bus naar huis. Toen ik nog maar net de computer aan en mijn boterhammen op had was omaBee al hier. Met een cadeautje: het hiernaast afgebeelde erg leuke boekje Hartelijk veelgeciteerd van Rikkert Zuiderveld (ja, die van Elly&Rikkert). Dat Rikkert oneliners en eyeopeners schreef wist ik, die was ik al tegengekomen in Van de zotten, maar dat daar boekjes van waren wist ik niet. Meestal ben ik degene die omaBee op pad helpt in zulke dingen, dit keer was het andersom.
We zijn vrijwel meteen naar Almere vertrokken, waar we tot na zessen gewinkeld hebben. Buit omaBee: drie shirts en een trui. Buit Annabee: vestje met bijpassend hemdje, twee shirts, ‘gilet’.
Moe edoch tevreden over onze aankopen arriveerden we bij V&D. Daar gingen we met Rosanne en Sigrid even iets te eten vóór ons bezoek aan de schouwburg. ‘Even’ paste niet in de planning van La Place en onze maaltijd had verder ook nogal wat voeten in de aarde; daarover later misschien meer, afhankelijk van de reactie die ik van La Place krijg op de klacht die ik nog ga indienen. Wat we kregen smaakte goed, dat wel.
Op naar de spiksplinternieuwe schouwburg en Stef Bos. We waren nog maar net op tijd en keken onze ogen uit in het gebouw, er was namelijk niets te zien: vrijwel lege ruimtes met witte wanden, roestvrijstaal, in de zitruimtes rode kuipstoeltjes (wel eens een man in een klein kuipstoeltje zien zitten?
) en rode tafelbladen en van beneden tot boven een enorme, prachtige, kleurrijke wandschildering (met de hand geschilderd, aldus de schouwburgmedewerkster die we achteraf spraken). Kaal en ongezellig, is de eerste indruk en ik voorspel dat die bij velen stand zal houden, het hééft echter wel iets. Minimalisme is de bedoeling van de architect geweest (imho); het gebouw is slechts een praktisch omhulsel voor dat waar het werkelijk om gaat: de voorstelling. Vergeet ik nog te zeggen dat het bouwwerk ook aan de buitenkant zeer sober is en dan druk ik me eufemistisch uit: een kubus met ramen. Ik moet het eerst nóg eens zien, voor ik er een mening over geef. (Terzijde: het nieuwe theater in Lelystad is knaloranje aan de buitenkant, daar ben ik nog niet binnen geweest, t.z.t. log ik daarover.)
Stef Bos was goed en bij vlagen steengoed, na de pauze althans. Voor de pauze kon hij me niet echt bekoren, wat deels te wijten is aan het feit dat ik de nummers niet kende en dat deze als muziek zeer goed overkwamen (de vaste band + zes strijkers, klasse!), maar eigenlijk geen zang nodig hadden. Het geheel kwam wat gekunsteld op me over, maar wel typisch Stef Bos, en al met al heb ik tóch wel genoten.
Dat de zaal lang niet uitverkocht was speelde uiteraard een rol voor wat betreft de sfeer. Wij zaten maar met z’n achten op balkon 2 … Jammer, Stef Bos verdient beter. Beetje raar publiek ook, daar in Almere: zodra het afgelopen was, stoof iedereen de zaal uit en maakte dat ie weg kwam. Tegen de tijd dat wij beneden waren en onze jassen gingen halen hingen er nog vier jassen, de onze dus, in de garderobe.
Waarbij opgemerkt dat we onderweg het toilet bezocht hadden, maar dan nog. Zo gaat dat altijd, aldus de al eerder genoemde medewerkster, vrijwel niemand blijft nog even nazitten of -praten. Er was nul komma nul contact tussen de bezoekers onderling, terwijl ik juist gewend ben dat je op dit soort avonden gemakkelijk gesprekjes aanknoopt met vreemden, omdat je eenzelfde interesse deelt en dezelfde voorstelling gezien hebt. Of de conclusie gerechtvaardigd is dat Almeerders geen theatergangers zijn kan ik na één keer niet zeggen; dat de Almeerders niet bijgedragen hebben aan de sfeer is een feit. Noorderlingen, zoals ik, hebben de naam ontoegankelijk te zijn, maar in de loop der jaren ben ik er allang achter dat dat stempel, ‘ons’ opgelegd door ‘de westerling’, pertinent onjuist is; het is eerder andersom.